‘Moeten bedrijven perspectief bieden’
Vanmiddag wordt in ieder geval verder gepraat over de knelpunten binnen de industriële sector. Als de industrie de energietransitie wil maken, moet niet alleen energie goedkoper worden, maar ook toegang tot het stroomnet met een schonere energievorm.
Thijssen is zich bewust van het feit dat dit niet binnen een dag geregeld is. “Het belangrijkste is dat de industrie nu perspectief krijgt. Ze zijn gewend dat het met ups en downs gaat. Als ze op gegeven moment maar weten dat Nederland weer een gelijk speelveld krijgt en ze weer op het stroomnet kunnen.”
De voorvrouw pleit daarom voor subsidies voor bedrijven die veel energie verbruiken om de Nederlandse industrie te redden. “Je moet door met de energietransitie, maar de industrie moet niet omvallen. Als daar subsidie voor nodig is, mag je het fossiel noemen”, zegt ze.
De keerzijde van de transitie
Voor de toekomst van Nederland is een groene transitie volgens Thijssen gunstig voor het toekomstige verdienvermogen. Er is echter ook een flinke keerzijde: als bedrijven door alle rompslomp uit Nederland vertrekken vestigen ze zich in het buitenland, waar wellicht minder strenge milieu- en klimaatregels worden nageleefd dan in Nederland. Het gevolg is meer mondiale uitstoot.
Desalniettemin zijn voorvechters van de energietransitie niet te hard van stapel gelopen, vindt ze. “We moeten hier juist mee door voor onze onafhankelijkheid, maar het is ook belangrijk voor onze concurrentiepositie van Europese bedrijven. We weten dat de energieprijs na de transitie weer concurrerend is. We moeten door, maar niet onze industrie verliezen.”